Diervoedercoöperatie ABZ Diervoeding heeft voor de aanvoer van grondstoffen voor de diverse fabrieken in het land de focus op vervoer over water. Sinds 2011 is die aanvoer per binnenschip naar de vestiging in Eindhoven met sprongen gestegen. ABZ Diervoeding is ontstaan op 1 januari 2013 uit een fusie tussen de coöperaties Arkervaart-Twente uit Nijkerk en Brameco-Zon uit Eindhoven. De relatief jonge coöperatie levert pluimveevoer, varkensvoer, rundveevoer en geitenvoer. Een jaar geleden verwierf ABZ Diervoeding de aandelen van Sikma Veevoeders uit Stroobos. Zo ontstond de huidige organisatie met een productie van ruim 600.000 ton diervoeders.

 

 

Vervoer over water speelt een grote rol in de aanvoer van grondstoffen voor de verschillende mengvoederfabrieken. De vestigingen in Eindhoven, Nijkerk (Gelderland) en Stroobos bevinden zich aan vaarwaters en Markelo wordt over water bevoorraad via de overslag in eigen beheer in Lochem, en via leveranciers in Deventer en Hengelo.
Het gaat bij de inzet van de binnenvaart louter om grondstoffen, niet om het uitventen van gereed product, dat zelden in grotere hoeveelheden dan een vrachtautolading wordt vervoerd. "Dat gaat per as", vertelt Arie Griffioen, inkoper en verantwoordelijk voor de aanvoerlogistiek van de hele coöperatie. Hij werkt in Nijkerk, waar de inkoop van ABZ centraal is georganiseerd. Afkomstig van Arkervaart Nijkerk heeft hij na de fusie ook de aanvoer van Eindhoven ter hand genomen. "In 2011 werd hier 4.500 ton over water aangevoerd, in 2012 was dat al 14.000 ton. Vorig jaar was het 70.000 ton. De focus van Arkervaart Nijkerk was op optimaal gebruikmaken van vervoer over water en dat heb ik in Eindhoven ook volgehouden. Het heeft ermee te maken bij wie je inkoopt en hoeveel focus de leverancier heeft op het per schip aanvoeren. Het is natuurlijk belangrijk voor het milieu en bij gelijke kosten van verschillende modaliteiten kiezen we altijd voor het water. Het is echter vaak ook goedkoper om over water te vervoeren. Je kunt die verschuiving van wegvervoer naar binnenvaart alleen realiseren als het tenminste gelijk is of goedkoper. Daar komt nog bij dat het praktischer is, het verschil tussen één of twintig controles van productkwaliteit, vrachtbrieven en facturen."

 

Zwakke euro

Dit jaar daalt het volume dat met schepen naar Eindhoven gaat naar 50- 55.000 ton. Dat heeft te maken met de herkomst van de grondstoffen. Die grondstoffen zijn onder andere sojaschroot uit Zuid-Amerika, zonnebloemzaadschroot uit Zuid-Amerika en Oekraïne en palmpitschilvers uit Indonesië en Maleisië. Wordt het via de zeehavens aangevoerd, dan ligt doorvoer met binnenschepen voor de hand. Echter, dit jaar komt mede door de zwakkere euro de mais die vorig jaar uit Oekraïne kwam, vooral uit België, Duitsland en Frankrijk. Die afstand naar Eindhoven is te kort voor schepen en die lading gaat per truck. "Opmerkelijk is dat Eindhoven daardoor te dichtbij is, maar Nijkerk niet – dat gaat wel over water."
De terugval van de aanvoer vanuit het Zwarte Zee-gebied heeft niet te maken met de problemen die Oekraïne heeft. "Het land produceert nog steeds heel veel grondstoffen."

Vaardiepte

Eindhoven is een opmerkelijk station voor de binnenvaart. De toegangsweg over water heeft een maximale vaardiepte (Wilhelminakanaal en Beatrixkanaal) van 190 centimeter. "Lange en brede schepen hebben toegang tot die locatie, maar de diepgang is een obstakel." Daardoor wordt de scheepvaart relatief duur en verliest het van de vrachtwagen op kortere trajecten. "De schepen nemen 400 ton mee, maar zijn 550 ton groot en je moet toch het hele schip betalen. Het zou dus zomaar twintig procent goedkoper kunnen. Dat zou een besparing betekenen van zo'n twee ton voor de vestiging in Eindhoven en er zou eerder voor het schip gekozen worden. Dat verschil moet wel op het netvlies blijven van de overheid als ze overwegen de kanalen uit te diepen. In plaats van de huidige 50 – 55.000 ton per jaar zou naar Eindhoven zomaar 125.000 ton over water kunnen worden aangevoerd als de vaardiepte 2,50 meter zou zijn. De opslagcapaciteit is voor meer lading beschikbaar."
De vaardiepte is echter niet de enige hindernis. "De schepen moeten veel sluizen passeren en de bruggen zijn te laag. Lege schepen moeten nu ballast zetten om er onderdoor te kunnen."
ABZ Diervoeders heeft uitstekende relaties met wegvervoerders en die zijn niet beschadigd door de keuze voor vervoer over water. "Met enkele transporteurs werken we al tientallen jaren. Er is begrip voor de focus op het water."

'Eigen' schepen

arie2Er is zoveel vast werk tussen de zeehavens en de stations in Nijkerk en Eindhoven dat ABZ Diervoeders overweegt 'eigen' schepen in te gaan zetten. "Niet in eigendom, maar wel schippers volgens een vast contract voor ons te laten varen. Het zou kunnen dat we hier binnen vijf jaar voor kiezen. We hebben inmiddels een behoorlijk volume en het wordt naar verwachting de komende jaren steeds moeilijker schepen van deze omvang – vooral kempenaars – te vinden op de markt. Hun aantal neemt immers af.
In 2014 vervoerde ABZ Diervoeders naar alle locaties 255.000 ton over water.

berzob logo
ABZ Diervoeders is aangesloten bij de stichting BERZOB (Bereikbaarheid Zuid-Oost Brabant over water), die nastreeft dat de capaciteit van de Zuid–Willemsvaart en het Wilhelminakanaal tot aan het Beatrixkanaal wordt verruimd tot Klasse IV (schepen tot 1.400 ton).

Op de grote foto: overslag in Eindhoven. Kleine foto: Arie Griffioen.

 

 

Over het MCA

MCA is het Multimodaal Coördinatie- en Adviescentrum Brabant. Sinds 1998 bevordert het MCA met veel succes de ontwikkeling van multimodale transporten door de provincie Noord-Brabant. Jaarlijks wordt meer dan een miljoen ton goederen multimodaal door Brabant vervoerd, gebruik makend van slimme combinaties van de weg, het spoor en het water.