standaard mca janny
In het project ‘Beter benutten vaarroute Veghel – Eindhoven’ is de Zuid-Willemsvaart en het Wilhelminakanaal aangepakt, inclusief de bocht naar het Beatrixkanaal, om de route tot Eindhoven bereikbaar te maken voor tweemaal zo lange schepen (Klasse II-koppelverbanden).

De gemeente heeft zelf ook niet stil gezeten. Hoe heeft de gemeente Eindhoven hierop ingespeeld en wat is de ambitie van die gemeente voor wat betreft het goederenvervoer over water? Eindhovens wethouder Jannie Visscher van Verkeer & Vervoer antwoordt. 

 “In opdracht van de gemeente Eindhoven is het Beatrixkanaal over een lengte van ongeveer acht kilometer uitgebaggerd en daardoor voldoende diep gemaakt voor grotere schepen. De oevers zijn over een lengte van zo’n 8,4 kilometer vernieuwd en de wachtplaatsen en steigers zijn opgeknapt. Eindhoven is nu bereikbaar voor langere schepen (klasse III-koppelverbanden met een lengte van 110 meter lang en 7,20 meter breed) en met een laadvermogen met klasse III schepen tot 900 ton met een beperkte diepgang. Tot voor kort was dit slechts maximaal 450 ton!

jacqueline
Voor logistiek dienstverlener Jan de Rijk in Roosendaal is de keuze voor multimodaal vervoer - wanneer mogelijk - vanzelfsprekend. Er rijdt vanaf Venlo bijvoorbeeld elke dag een complete, dedicated trein met trailers voor Jan de Rijk naar Milaan. “Daarnaast vervoeren we trailers naar andere bestemmingen, door ruimte in te kopen op andere treinen”, vertelt Jacqueline de Rijk, echtgenote van Jan en director van de onderneming. “We zouden nog veel meer multimodaal kunnen doen als er meer terminals zouden komen en frequentere verbindingen.” Jacqueline de Rijk is sinds 1 januari 2016 bestuurslid van de stichting MCA.

Multimodaal vervoer als specialisme kreeg een impuls bij het Roosendaalse bedrijf toen in 2008 Jan de Rijk transportbedrijf de Har Vaessen Groep in het Limburgse Swalmen (vlakbij Venlo) overnam. Jacqueline de Rijk: “Daar zitten onze specialisten in het railtransport. Je kan een luchtvrachtplanner niet zomaar een trein laten indelen.”

 

wilhelminasluis

Verruiming van het Wilhelminakanaal bij Tilburg tot aan Kraaiven kost waarschijnlijk tweemaal de oorspronkelijk begrote ruim 70 miljoen euro en het duurt nog vijf jaar voor het klaar is. De gehanteerde geohydrologische modellen waren niet correct – aldus een artikel in het Weekblad Schuttevaer – waardoor niet één maar twee sluizen moeten worden gebouwd. Voor de zomer van 2017 wordt besloten of Rijkswaterstaat de plannen alsnog doorzet of dat van de verruiming wordt afgezien.

De provincie Noord-Brabant en de gemeente Tilburg zijn beide bereid 15 procent van de meerkosten te betalen. De rest moet van het ministerie komen. Bij Rijkswaterstaat zijn twijfels gerezen over het nut van de verruiming als de kosten zo hoog zijn.
Het probleem wordt veroorzaakt door het waterpeil. Door de sluizen II en III te vervangen door één sluis, zou het waterpeil in dat betreffende pand dalen met 2,55 meter. Om eventuele nadelige gevolgen voor de omgeving te voorkomen werd een waterinfiltratiesysteem aangelegd. Echter, veenachtig materiaal in de bodem blijkt onverwacht te verdrogen en te krimpen, met gevolgen voor bebouwing en infrastructuur.
Om het water op peil te houden, is dus een extra sluis nodig.

Ramp
In het artikel wordt gesproken van een ‘logistieke ramp’ voor de bedrijven aan het kanaal. Die hadden gerekend op de inzet van grotere schepen. In sommige gevallen is nu helemaal geen scheepvaart mogelijk (bijvoorbeeld dubbelwandige tankers zijn er niet in klasse II, de huidige klasse van het kanaal). De mogelijkheden voor het vervoer van zowel droge als natte bulk en containers nemen af als het kanaal niet (bijtijds) wordt verruimd.

Op de foto de in aanbouw zijnde sluis die sluizen II en III moet vervangen. (foto Rijkswaterstaat)

Wilco Volker opereert vanuit Rotterdam. “...in samenwerking met verladers de potenties die worden gezien, ook daadwerkelijk laten leiden tot een verandering.”

Schipperszoon Wilco Volker is directeur van het Bureau Voorlichting Binnenvaart (BVB) en sinds kort lid van de Raad van Advies van het MCA. “Het BVB zet al jaren in op de optimalisatie van de logistiek bij verladers, waardoor de binnenvaart vaker een rol kan spelen in die logistiek. Die aanpak past goed bij het beleid van het MCA.”

Het MCA richt zich vanaf dit jaar meer op de logistiek en legt minder de nadruk op de infrastructuur, nu de meeste, grote infrastructurele projecten zoals de Zuid-Willemsvaart en het Màximakanaal zijn voltooid of in het geval van het Wilhelminakanaal, in gang zijn gezet. Bij de logistiek gaat het meer om het gebruik van de beschikbare infrastructuur. Dat is precies waar het BVB zich al geruime tijd mee bezighoudt. Sinds de start met het “Maatwerk voorlichting verladers”-programma in 2010 is het bureau nauw betrokken bij de overstap van verladers naar meer gebruik van de binnenvaart.

bb 2

Rijkswaterstaat heeft de vaarroute tussen Veghel en Eindhoven geschikt gemaakt voor langere schepen. Daarmee is de opwaardering afgerond van de vaarroute via de Zuid-Willemsvaart, het Wilhelminakanaal en het Beatrixkanaal. Hierdoor kan er meer vervoer over water plaatsvinden.

Deze verbetering van de vaart tussen de Maas en Eindhoven is gerealiseerd door een samenwerking van Rijkswaterstaat met de provincie Noord-Brabant, de gemeenten Eindhoven, Veghel, Laarbeek, Son en Breugel, het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven, het regionale bedrijfsleven in Zuidoost-Brabant en MCA Brabant. Het beter benutten van de vaarweg is van groot belang voor de bereikbaarheid van Zuidoost-Brabant over water, voor de afname van de files op de wegen, voor de economische bedrijvigheid in de regio en voor een verbetering van de luchtkwaliteit.

spoorschip
In Noord-Brabant werden in 2015 3% meer containers multimodaal overgeslagen dan in 2014. Die groei had volgens de exploitanten van de Brabantse terminals groter kunnen zijn als de wachttijden voor binnenschepen in de zeehavens korter waren geweest.

Een gevolg van wachttijden en vertragingen in de zeehavens is veel onnodig vervoer over de weg. Vervoer dat dus niet multimodaal – daarmee minder milieuvriendelijk – plaatsvond. Het aantal TEU over de weg onder de regie van de inland terminals was in 2015 ruim 300.000 TEU, dat meer dan een kwart van het totale volume is. Vooral tussen Moerdijk en Rotterdam werden relatief veel containers over de weg vervoerd.

ridder wil
Transportondernemer Wil Versteijnen uit Tilburg is benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Hij wordt door de Koning geprezen om zijn verdiensten voor de logistiek in Midden-Brabant en in heel Nederland. Wil Versteijnen is al jaren lid van de Raad van Advies bij MCA Brabant en speelt ook daarin een zeer actieve rol.

De 54-jarige directeur van de Gebr. Versteijnen Tilburg (GVT) Group ontving de versierselen die behoren bij de Koninklijke onderscheiding uit handen van de Tilburgse burgemeester Peter Noodanus tijdens zijn 30-jarig jubileum als algemeen directeur van de GVT Group.

spandoek spoor

Het industrieterrein Loven in Tilburg is vanaf heden (24 februari 2016) ook per elektrisch spoor bereikbaar. Met de kreet ‘Daaaaag 78.000 vrachtautoritten’ werd toepasselijk aangegeven waar dit toe leidt: meer intermodaal spoorvervoer, minder gebruik van de weg door zware vrachtwagens.

Met de ingebruikname van een nieuw goederenspoor van 1 kilometer lang is bedrijventerrein Loven in Tilburg bereikbaar voor elektrische locomotieven. Hierdoor is het niet langer nodig om duurdere en meer vervuilende ‘diesellocs’ in te zetten om met goederentreinen de logistieke hotspot Tilburg te kunnen bereiken.

Over het MCA

MCA is het Multimodaal Coördinatie- en Adviescentrum Brabant. Sinds 1998 bevordert het MCA met veel succes de ontwikkeling van multimodale transporten door de provincie Noord-Brabant. Jaarlijks wordt meer dan een miljoen ton goederen multimodaal door Brabant vervoerd, gebruik makend van slimme combinaties van de weg, het spoor en het water.