corridor 0000Als er een eindconclusie moet worden getrokken uit de eerste Corridor-manifestatie, op 20 juni in Oss, dan is het dat het intermodaal vervoer in Brabant een sprankelende toekomst heeft. MCA Brabant-directeur Hendrik-Jan van Engelen toonde bij de introductie een kaart met vervoerscorridors in en door Brabant, waaruit de krachtige dynamiek blijkt van alle verschillende goederenstromen die Brabant intermodaal ondersteunt of kan ondersteunen.

Robinia Heerkens Msc. gaf een heldere uitleg over de betekenis van robuuste vaarwegen. Zij is senioradviseur Water, Scheepvaart en Goederenvervoer, Netwerkontwikkeling en Visie bij Rijkswaterstaat Zuid-Nederland. Zoals bedrijven moet ook de overheid voortdurend prioriteiten stellen. Zo ook bij het streven naar een zo robuust mogelijk vaarwegennetwerk.

“Wanneer is een vaarweg robuust? Moet hij calamiteitbestendig zijn?” Niet alle calamiteiten kunnen daaronder vallen. Robinia Heerkens verwees naar het ongeluk met de tanker die door de stuw in Grave is gevaren in december 2016 als voorbeeld van een calamiteit die ‘te groot, te onvoorspelbaar en te incidenteel’ is. Het voorkomen van congestie speelt wel een rol bij robuustheid van het vaarwegennet evenals het voorkomen van te hoog en laag water. “Daarbij kunnen koppelingen worden gemaakt met andere programma’s van Rijkswaterstaat”, aldus Robinia Heerkens die de zaal verzocht aan te geven wat de verwachtingen zijn voor wat betreft de robuustheid van de vaarwegen. Continu bediening van de kunstwerken bleek onder andere belangrijk, evenals de te lage bruggen en te kleine sluizen. “Het vaarwegennetwerk zou de schaalvergroting in de binnenvaart bij moeten houden”, klonk het uit de zaal.

 

corridor 0001

Robinia Heerkens van Rijkswaterstaat Zuid-Nederland toont de zaal het rapport MIRT Onderzoek Goederenvervoercorridors Oost en Zuidoost.

BO-MIRT
Heerkens: “In BO-MIRT (Bestuurlijke Overleggen Meerjarenprogramma Infrastruc-tuur, Ruimte en Transport – red.) wordt gesproken van een hoge beschikbaarheid van zo goed mogelijke vaarwegen èn de alternatieven, dus als de vaarweg uitvalt, hoe het vervoer dan over de weg, over spoor of via een alternatieve vaarweg kan plaatsvinden.” De plannen voor het robuuste vaarwegennet worden beoordeeld door de stakeholders: de overheden, Koninklijke BLN-Schuttevaer en verladers, waarna een ‘knelpuntenanalyse’ volgt voor BO MIRT 2019. “Oplossingen voor de korte termijn betreffen onderhoud en beheer. Ook het onderhoud moet robuust, geen houtje/touwtje-oplossingen. Er is 5 miljoen beschikbaar gesteld door de minister om de beschikbaarheid van de vaarwegen te verbeteren. Voor de middellange termijn wordt gekeken naar vervanging en renovatie. Veel kunstwerken zijn al 70 jaar of ouder. Voor het beter benutten van de vaarwegen zien we dat veel kanalen te klein zijn of er is gewoon te weinig vloot beschikbaar. Er wordt gekeken of grotere schepen kunnen worden toegelaten op die kanalen.”
Vanuit de zaal kwamen nog wat verzoeken aan Rijkswaterstaat voor de prioritering: maak de Maasroute klasse VI, los knelpunt Grave op door een grotere sluiskolk, zowel in de lengte als in de breedte. Rijkswaterstaat stelt het meedenken op prijs. “Waarom moeilijk doen als het samen kan”, besloot Robinia Heerkens haar verhaal met een populaire kreet van ‘Loesje’. Het eerste concept van BO-MIRT 2019 moet in oktober klaar zijn, in 2020 gevolgd door de uitwerking en het opstellen van mogelijke scenario’s.
Michel van Dijk van Inland Terminal Veghel relativeerde de inschattingen van Rijkswaterstaat door aan te geven dat na vier jaar over het Màximakanaal al 60 % meer schepen varen dan was voorspeld. Hij vraagt zich af waarom aan beide zijden van het kanaal is gekozen voor een talud, omdat daardoor de werkelijk vaarbreedte wordt beperkt.
In het verlengde daarvan waren er vragen over het streven van de overheid naar ecologisch verantwoorde oevers, waardoor de scheepvaart ook wordt gehinderd. Robinia Heerkens sloot resoluut uit dat geld dat is bestemd voor ecologische oevers ten bate van de scheepvaart zou worden gebruikt.

Partnership
Matthijs van Doorn, director Logistics Port of Rotterdam, vertelde over de gezamenlijke aanpak van corridorontwikkeling. Hij roemde het partnership van het Havenbedrijf Rotterdam met MCA Brabant. “Brabant is een frontrunner met intermodaal transport en daarbij speelt de binnenvaart een belangrijke rol. Naarmate de schepen aan de zeekant groter worden, hoor je het piepen en kraken door de groei van het vervoer. Het achterland zal zich aan moeten passen en ook daarbij is Brabant koploper.”corridor 0002
Hijtoonde zich een warm pleitbezorger van de bundeling van goederenstromen. “Bundeling kost geld en inspanning, maar het verhoogt de betrouwbaarheid van de dienstverlening in het achterland. Corridors zoals in West-Brabant zijn een goede oplossing. 40, 50 % van de containerbinnenvaart past in dergelijke corridors. Soms kan het niet en moeten we andere oplossingen bedenken.” Voorts gaf hij aan dat er druk ligt op de verduurzaming van de scheepvaart. Over de vorming van meer corridors is hij optimistisch: “De partners zijn er, de kennis is er en de wil is er ook.” Aldus Matthijs van Doorn.

Matthijs van Doorn van Havenbedrijf Rotterdam.

e-JointCorridor
Programmamanager Frans van den Boomen van Logistics Community Brabant (LCB), de nieuwe partner van MCA Brabant, kwam met een vlot verteld verhaal over hoe LCB is betrokken bij talrijke projecten in het goederenvervoer. De LCB-aanpak van datadeling bij het spoor zou ook succesvol kunnen zijn bij de diverse corridor-initiatieven in de binnenvaart. LCB startte onlangs met e-JointCorridor, waarbij de elektronische berichten van verladers en vervoerders op elkaar worden afgestemd. LCB legt de nadruk op het opschalen van bestaande corridors of het ontwikkelen van nieuwe. Het project staat ook wel bekend als New Ways. “Nieuwe wegen, nieuwe samenwerkingen”, aldus Frans van den Boomen. “Wij knopen systemen aan elkaar.” Bij LCB zijn duizend studenten betrokken, die meewerken aan die systemen. “Niemand kan het alleen, we zoeken praktische verbindingen met andere partijen, zoals met MCA Brabant. New Ways ontwikkelt samen nieuwe corridors. Normaal zou een elektronicagigant als Samsung nooit de samenwerking vinden met een kaasmaker, maar wij brengen partijen bij elkaar die het vervoer wel degelijk kunnen bundelen. We willen out-of-the-box denken bij het streven naar zowel meer duurzaamheid als verhoging van de mobiliteit.corridor 0003kopie

Een robuuste Joint Corridor zal ook gebruik maken vanhet wegvervoer indien dat noodzakelijk is.” Hij verwijst daarbij naar het succesvolle vervoer tussen Tilburg en het Poolse Rzepin, waar begonnen werd met een spoorverbinding met één trein per week, waar nu drie treinen per week rijden en waar binnenkort waarschijnlijk zes of zelfs zeven treinen per week rijden. “Ja, het was duurder dan alleen wegvervoer, maar het had ook voordelen. De afzender in Nederland heeft te maken met een Nederlandse chauffeur en de ontvanger in Polen met een Poolse chauffeur. En 99,85 % van de lading komt op tijd aan. Twintig vervoerders zijn erbij betrokken en dertig verladers. Door studenten naar Polen te sturen om de systemen aan elkaar te knopen werd de efficiency met 20 % verbeterd.” Zo gaf Frans van den Boomen een treffend voorbeeld hoe intermodaal vervoer succesvol kan zijn. “Het is robuuster dan vervoer alleen over de weg.”

Frans van den Boomen van Logistics Community Brabant.

De eerste Corridor-manifestatie kwam tot stand door bundeling van krachten van MCA Brabant, Rijkswaterstaat, CCT Moerdijk, BCTN Alblasserdam, OOC Oss en de Rotterdam Port Promotion Council.

Foto boven: Hendrik-Jan van Engelen van MCA Brabant opent de eerste Corridor-Manifestatie.

corridor 0004

 

 

 

  

Er was ook ontspanning (door inspanning) tijdens de manifestatie.

 

 

 

 

Over MCA Brabant

MCA Brabant is het Multimodaal Coördinatie- en Adviescentrum Brabant, een kennis- en netwerkorganisatie voor Brabant. MCA Brabant brengt bedrijfsleven, overheid en kennisinstellingen bij elkaar en adviseert over multimodaal transport. Tevens signaleert MCA Brabant trends en ontwikkelingen op het gebied van multimodaal goederenvervoer, initieert en begeleidt multimodale initiatieven van marktpartijen, en vergaart, ontwikkelt en verspreidt kennis en informatie.