cocreatiesessie bergambachtIn Bergambacht kwamen 9 en 10 maart 45 partijen bij elkaar uit de wereld van vervoerders, handels- en productie-bedrijven, terminals en havenbedrijven, belangen-organisaties en overheden om te bespreken hoe het verder moet met het logistieke systeem in Nederland. MCA Brabant was hierbij vertegenwoordigd door directeur Hendrik-Jan van Engelen.

Partijen spraken zich uit voor het forceren van een doorbraak in de modal shift van containervervoer over de weg naar het water op de corridors Oost (Rotterdam-Duisburg) en Zuidoost (Rotterdam-Venlo). De ambitie is om met concrete projecten de komende vijf jaar dagelijks 2.000 containers van weg naar binnenvaart te verschuiven. 

De gezamenlijke conclusie van 45 partijen in deze wat genoemd wordt ‘cocreatiesessie’ luidt: “Ondernemers en managers van handels-, productie en logistieke bedrijven doen er goed aan steeds bewuster na te denken over de aanvoer en bezorging van hun goederen. De noodzakelijke reductie van CO2/NOX in het goederenvervoer en de afname van beschikbare wegcapaciteit, vraagt om een ander gebruik van het hele logistieke systeem.”
Initiatiefnemers van deze cocreatiesessie zijn het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat/Rijkswaterstaat, Connekt Lean & Green, Topsector Logistiek en de partners opererend in de Logistieke Alliantie, bestaande uit evofenedex, VNO-NCW, TLN, MKB-Nederland, KVNR, Havenbedrijf Rotterdam, Havenbedrijf Amsterdam, ProRail, KNV goederenvervoer, VRC, Deltalinqs, ORAM, CBRB, BLN-Schuttevaer, ProRail, ACN, Waterbouwers Nederland, Bouwend Nederland en NVB.

 

Oplossingsrichtingen

Om de ambitie te verwezenlijken, kwamen bij op 9 en 10 maart de volgende oplossingsrichtingen naar voren:

1. Bundelen van alle vervoersbewegingen (‘varen in driehoekjes’):
- Aan- en afvoer lege en beladen containers bij handels- en productiebedrijven met locaties dichtbij overslagterminals.
- Voor handels- en productiebedrijven onderling in corridor/regio met een sterke mismatch van vraag naar en aanbod van containers (leeg en beladen).
- Stimuleren van regionale samenwerkingsverbanden in het achterland

2. Opzetten van frequente binnenvaart lijndiensten:
- Hogere frequentie en variëteit van capaciteit voor zowel lege als beladen containers.
Primaire stakeholders zijn de overslagterminal, reders en binnenvaartschippers.

3. Lege containers van de weg/uit de spits halen: versterken depotfunctie van overslagterminals.

Praktijkvoorbeelden

Twee concrete praktijkvoorbeelden illustreren hoe de nationale logistiek zou moeten gaan werken:

1. Casus ‘frites express’ (Kloosterboek-McCain)
Huidige situatie: McCain produceert frites in Lewedorp (Zeeland), centraal warehouse Noord-Europa (vrieshuis) wordt door Kloosterboer geopereerd in Lelystad. (4.500 ritten per truck/jaar | route: Zeeland-Lelystad). Daarnaast jaarlijks 2.500 ritten vanuit Rotterdam naar Lelystad om de containers te laden. De verwachting is dat er later op deze corridor ook nog andere producten in containers vervoerd gaan worden die ook geplugd moeten worden. (Uien/zuivel). Dit zullen op jaarbasis zo’n 4.000 containers zijn – die momenteel over de weg gaan.
Nieuwe situatie: reefercontainers gebruiken voor transitie ‘frites express’-transport, route: Lewedorp (Zeeland)-Lelystad. Vanuit Vlissingen een barge (met plugs) met de ‘frites express’ containers laten varen (i.s.m. Honkoop Barging). Vervolgens gaan de volle exportcontainers vanuit Lelystad weer naar Rotterdam. Twee barges doen de lijndienst. Betrokken partijen: Kloosterboer, McCain, verladers uien en aardappelen, containereigenaar, Honkoop Barging (rederij), terminal Alblasserdam (CTU, BCTN), wegbeheerders RWS en provincies Zeeland/Z-Holland (verminderd weggebruik). Gaat om minstens 20.000 ritten van 250 km = 5 miljoen km, 10 ton per rit, 0,064kg/ton.km = 3.200 ton CO2 besparing (bedragen per jaar).

2. Casus Heineken-CCT
Huidige situatie: Heineken laat haar containers gevuld met bier nu van de brouwerij in Zoeterwoude via het Alpherium naar Rotterdam varen. Zeven kleine schepen/dag van 100 TEU, 1.000 afvaarten per jaar. Lege containers worden van Rotterdam naar Alpherium teruggevaren. Nieuwe bierflessen worden per vrachtwagen van Moerdijk (glasfabriek) naar de brouwerij in Zoeterwoude gebracht. Probleem van CCT Moerdijk als onderdeel van de West-Brabant Corridor (WBC) is dat er veel lege containers terug naar Rotterdam moeten: 200.000/jaar vol van Rotterdam naar CCT en 150.000 leeg terug (resterende 50.000 gaan naar Duitsland). Terugbrengen van de lege containers maakt het onrendabel voor de barge.
Nieuwe situatie: laat alle lege containers van WBC (= terminals Oosterhout, Tilburg en Moerdijk | 50.000/jaar) van Moerdijk naar Alpherium varen. Dit elimineert retourstroom (over de weg) van lege containers naar Rotterdam. Wat jaarlijks 100.000 ritten van de weg scheelt. Er wordt als het ware een driehoekje gemaakt: volle Heineken-containers van Alpherium naar Moerdijk, volle containers van Rotterdam naar Moerdijk, lege containers van Moerdijk naar Heineken, daar weer vullen, etc. Dit voorkomt ook lege containers van Rotterdam terug naar Heineken.

 

Over MCA Brabant

MCA Brabant is het Multimodaal Coördinatie- en Adviescentrum Brabant, een kennis- en netwerkorganisatie voor Brabant. MCA Brabant brengt bedrijfsleven, overheid en kennisinstellingen bij elkaar en adviseert over multimodaal transport. Tevens signaleert MCA Brabant trends en ontwikkelingen op het gebied van multimodaal goederenvervoer, initieert en begeleidt multimodale initiatieven van marktpartijen, en vergaart, ontwikkelt en verspreidt kennis en informatie.